Info voor nieuwe puppy-eigenaars

Van harte gefeliciteerd met uw nieuwe pup! Omdat er de eerste tijd veel gebeurt in het leven van uw pup hebben wij deze informatie verzameld.  Mocht u na het lezen van deze pagina nog vragen hebben, neem dan vooral contact met ons op. Wij helpen u graag telefonisch of op de praktijk verder.

Vaccinaties

Pups worden in Nederland volgens een standaard entschema geënt op 6, 9 en 12 weken leeftijd.

  • Op 6 weken is uw hond gevaccineerd tegen Canine Distemper en Parvo.
  • Op 9 weken volgt een vaccinatie tegen Parvo en de ziekte van Weil. Eventueel kan daaraan een enting tegen kennelhoest worden toegevoegd: deze enting wordt aanbevolen voor honden die veel in contact komen met andere honden (zoals in het pension of op cursus) of die uit worden gelaten op plekken waar veel andere honden komen.
  • Op 12 weken volgt de laatste enting tegen Parvo, Canine Distemper, Adenovirus en de ziekte van Weil.

De hierboven genoemde ziektes komen veelvuldig voor bij niet-gevaccineerde honden en kunnen naast ernstige ziektes leiden tot overlijden op (zeer) jonge leeftijd. Enten voorkomt deze ziektes. In individuele gevallen kan worden afgeweken van het standaard entschema, bijvoorbeeld bij ziekte. Mocht dit bij uw pup het geval zijn dan passen wij het schema aan op de individuele behoefte van uw hond.

Op reis

Als uw hond meegaat naar het buitenland moet hij ook worden gevaccineerd tegen Rabiës (hondsdolheid). Deze enting kan vanaf 12 weken worden gegeven en is 2 jaar geldig. Voor de meeste landen geldt dat uw hond de grens mag passeren vanaf 21 dagen na vaccinatie. Om problemen bij de grens te voorkomen, raden wij u aan ongeveer een maand voor vertrek contact met ons op te nemen zodat wij u kunnen adviseren op basis van de nieuwste regelgeving per land: die kan, zelfs binnen Europa, per land verschillen.

Reist u met uw huisdier naar een land buiten Europa, dan kan een veel uitgebreidere voorbereiding noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld verplichte bloedtesten. Het is dan ook verstandig ons te bellen zodra u weet dat u plannen in die richting heeft omdat soms een voorbereiding van maanden nodig is.

Chippen

Tegenwoordig is het verplicht elke hond in Nederland te laten chippen vóór 7 weken oud. Deze chip wordt geregistreerd op naam van de eigenaar. Ook wordt het paspoort gekoppeld aan de chip van uw huisdier. Het is belangrijk de gegevens bij te werken zodat er bij vermissing contact met u kan worden opgenomen door dierenartsen en asiels. Ook bij het reizen met uw huisdier wordt deze chip soms gecontroleerd.

Ontwormen

Pups worden bij de fokker ontwormd op 2, 4, 6 en 8 weken oud. Als dit niet is gebeurd, is het belangrijk om uw pup een keer extra te ontwormen. Dit gebeurt dan 14 dagen na de eerste, door u gegeven, ontworming.

Vanaf 8 weken moeten honden tot 6 maanden elke maand ontwormd worden: dus op 2, 3, 4, 5 en 6 maanden leeftijd. Hierna is de aanbeveling om uw hond 4 x per jaar te ontwormen, dus iedere 3 maanden. Dit geldt ook voor volwassen honden.

Als u met uw hond naar het buitenland gaat, kunnen aanvullende ontwormingen noodzakelijk zijn. Zo moeten honden die bijvoorbeeld naar het Verenigd Koninkrijk reizen enkele dagen voor vertrek door een dierenarts ontwormd worden. In andere landen komt ook hartworm voor.

Voeren

Goede voeding is de basis van een gezond leven. Het is belangrijk om uw pup puppyvoer te geven: deze voeding is aangepast op de groei van uw hond. Met name de verhouding Calcium/Fosfor in voeding is belangrijk. Als die verhouding niet juist is, kunnen groeiproblemen ontstaan die soms pas op latere leeftijd tot uiting komen.

Om dezelfde reden wordt ook afgeraden jonge honden rauw te voeren. In rauwe voeding is het lastig om de juiste verhoudingen Calcium/Fosfor te realiseren. Daarom is het verstandig om honden zeker tot 1 jaar brokken te voeren.

Pups eten vaker kleinere maaltijden per dag. Tot 8 weken krijgt uw hond 4x op een dag te eten. Vanaf 3 maanden kunt u dit terugbrengen naar 3x per dag. Tot slot kunnen honden vanaf 5 maanden naar 2 maaltijden per dag.

Als uw hond erg schrokt of behoort tot een reuzenras kunt u dit beter later afbouwen. Snel eten kan leiden tot overgeven, verslikken en in het meest ernstige geval een draaiing van de maag. Om dit laatste zoveel mogelijk te voorkomen, raden wij aan de voerbak op de grond te zetten (dus uw hond niet uit een standaard te laten eten) en drinkwater niet ijskoud maar lauw/op kamertemperatuur aan te bieden.Als uw hond blijft schrokken kunt u een speciale bak aanschaffen die voorkomt dat de hond grote happen neemt.

Het is belangrijk dat uw hond beschikking heeft over voldoende water op kamertemperatuur. Sommige fokkers raden aan het water na 20.00 uur ‘s avonds weg te halen om de kans op nachtelijke ongelukjes te verkleinen. Dit is zeker niet ons advies. Laat het water staan tot u de pup voor de nacht in zijn bench doet. Elke pup wordt uiteindelijk zindelijk maar als ze er ‘s nachts nog uitmoeten is dit waarschijnlijk omdat ze nog niet voldoende controle over hun blaas hebben.

Wandelen

Tot de leeftijd van 1 jaar is het heel belangrijk dat uw pup niet teveel beweging krijgt. Dit om de zich ontwikkelende gewrichten niet te veel te belasten. Een richtlijn is dat een pup 1 minuut mag wandelen voor elke week dat hij oud is. Een pup van 8 weken oud mag dus maximaal 8 minuten achter elkaar wandelen. Dit mag hoogstens 3 keer per dag. De andere uitlaatbeurten zijn dan slechts om uw pup te laten plassen en poepen.

Het is ook verstandig om te wachten met extra belasting tot de gewrichten ontwikkeld zijn. Met uw hond wandelen op het strand is dus tot een jaar niet goed voor de gewrichten, zelfs niet op het harde zand. Ook fietsen en hardlopen met uw hond, traplopen en uw hond de auto in- en uit laten springen is tot een jaar een te grote belasting voor de gewrichten. Doe dit daarom niet.

Spelen

Spelen is belangrijk in de ontwikkeling van uw hondje. Pups leren op die manier omgaan met andere honden. Ook spelen mag niet te lang achter elkaar omdat de gewrichten op die manier ook flink belast worden. Zie hiervoor de richtlijnen voor het wandelen.

Verder is het belangrijk dat volwassen honden niet te ruw met uw hondje spelen. Denk hierbij aan poten die op de rug van uw pup kunnen worden gezet en daarmee de rug enorm belasten.

Ook thuis is spelen erg belangrijk. Zorg voor afwisselend speelgoed voor uw hond, op die manier worden ze het meest gestimuleerd. Het kan een aanrader zijn speelgoed even weg te leggen en af en toe om te wisselen, zo blijft speelgoed interessant. Mocht uw pup graag zijn tanden in spullen of mensen zetten probeer hem dan af te leiden door speelgoed aan te bieden. Als u het dan beweegt wordt spelgedrag gestimuleerd en kunt u op een goede manier bijten afleren.

Omdat honden een kauwbehoefte hebben is het aan te raden kluiven in huis te halen. Let hierbij goed op welke botten geschikt zijn voor een pup. Vanaf 3 maanden is een bot van geperste buffelhuid prima. Het is verstandig deze kluiven niet te klein te kopen; met grotere kluiven doen ze langer en u voorkomt dat ze zich verslikken. Gooi het bot weg als het zo klein is geworden dat uw pup het bijna in zijn geheel in de bek kan nemen. Sommige honden proberen het dan in te slikken. Het kluifje kan dan in de keel blijven hangen of verderop in de slokdarm vast komen te zitten.

Naar school

Het volgen van een puppycursus met uw hond is om meerdere redenen een verstandig besluit, ook als u eerder honden heeft opgevoed. Op cursus leren ze niet alleen luisteren, er gebeurt ook veel op het gebied van socialisatie. Op die manier wordt u geholpen een hond op te voeden die op een normale manier om kan gaan met andere honden, mensen en verschillende situaties. De ene cursus is de andere niet, dus ga vooral van tevoren kijken of de cursus en de trainers bij u passen.
Zindelijk maken

Op puppycursus wordt vaak uitgebreid ingegaan op zindelijkheidstraining. Een hond is pas volledig zindelijk rond 6 maanden. Er zijn meerdere manieren om uw pup hiermee te helpen. Een bench kan erg praktisch zijn. Dit is een afsluitbaar hokje waarin uw pup kan slapen en die voorkomt dat uw pup los in huis rondloopt als u hem even niet in de gaten kunt houden. Omdat pups hun eigen plek liever niet bevuilen doen ze hun behoefte over het algemeen niet in de bench.

Koop of leen een bench die groot genoeg is voor uw pup als hij volwassen is. De eerste tijd kunt u deze dan verkleinen met een plank of speciale benchverkleiner zodat er genoeg ruimte is om te liggen maar niet veel meer ruimte dan dat. Uw pup zal dan minder geneigd zijn de behoefte in de bench te doen. Zodra u wakker bent ´s ochtends tilt u uw pup uit de bench en zet hem direct buiten neer. Als hij een plas doet beloont u hem. Straf uw hond nooit voor ongelukjes in huis, dit hoort erbij. Negeer het en ruim het later op.

Zorg in het begin dat u uw hond na elke maaltijd, elk slaapje en elk speelmoment op de plek zet waar hij zijn behoefte kan doen. Op die manier kunt u gaan herkennen wanneer uw pup meestal moet plassen.

Gebruik de bench nooit als straf, dan bestaat de kans dat uw hond de bench met straf gaat associeren. Het is wel goed uw pup in de bench te doen om te slapen, om overdag uit te rusten of als u even niet op kunt letten.

Alleen laten

Als uw pup gewend is aan de bench (meestal binnen enkele weken) kunt u voorzichtig beginnen met hem alleen laten. Beperk dit in het begin tot minuten terwijl u in een andere kamer bent en breid dit langzaam uit. Pas als het goed gaat kunt u beginnen met uw hondje voorzichtig alleen thuis te laten, start hierbij opnieuw met enkele minuten tot u dat beetje bij beetje kunt uitbreiden naar een uur.

Als u weg bent geweest, in huis of later naar buiten, haal uw pup dan niet direct uit de bench. Kom rustig binnen, geef geen aandacht en maak geen oogcontact. Doe de bench pas open als uw hond rustig is. Op die manier beloont u het juiste gedrag (rustig in de bench zijn) en is het voor uw pup niet zo’n groot verschil tussen als u weg bent en net weer binnenkomt. Alleen zijn wordt dan beetje bij beetje minder spannend.

Gebit

Afhankelijk van het ras wisselt uw hond tanden vanaf 4 maanden. Het puppygebit maakt dan plaats voor het volwassen gebit waar de hond de rest van zijn leven mee zal doen.

Om dit gebit zo goed mogelijk te onderhouden wordt geadviseerd om dagelijks de tanden te poetsen. Een filmpje hiervan kunt u vinden op onze website. Het gaat erom dat de buitenzijde van het gebit wordt gepoetst. U kunt hier een kindertandenborstel of een speciale dierentandenborstel voor gebruiken. Ook een elektrische tandenborstel werkt erg goed.

Houd bij gebruik van een niet-elektrische tandenborstel uw vinger op de borstelkop om te voorkomen dat u uitschiet: dit is erg pijnlijk voor de hond. Gebruik geen kindertandpasta of tandpasta voor volwassen want hier zit fluor in en dat is niet geschikt voor dieren.

Als u bij uw pup begint met het wennen aan het poetsen is het niet alleen onderdeel van uw dagelijkse routine maar zal uw hond er ook makkelijk aan wennen. Door te poetsen voorkomt u het ontstaan van tandsteen en tandplaque en gaat u rotting van tanden en aantasting van het steunweefsel van het gebit tegen.

Er zijn ook producten op de markt die de vorming van tandplaque helpen voorkomen. Deze mogen vaak niet worden gegeven tot uw pup wat ouder is. Hoewel ze in sommige gevallen wat bij kunnen dragen aan de mondgezondheid van uw hond, vervangen ze het poetsen niet.

Het geven van botten, rauw of gekookt, wordt afgeraden; gekookte botten splinteren en de hond kan op rauwe botten zijn gebitselementen breken. Ook nylon botten worden om die laatste reden afgeraden. Bij honden met aanleg voor tandplaque schrijven we, naast het poetsen van het gebit, soms een ondersteunend dieet voor het gebit voor.

Sterilisatie

Als u niet van plan bent met uw teefje te fokken is het advies om uw hond te laten steriliseren. Tegenwoordig worden hierbij alleen de eierstokken verwijderd. De baarmoeder blijft achter, tenzij er afwijkingen aan te zien zijn. Op deze manier is de duur van de operatie zo kort mogelijk.

Door het weghalen van de eierstokken verdwijnen de effecten van het vrouwelijk hormoon oestrogeen op het lichaam: dit hormoon wordt alleen in de eierstokken in grote hoeveelheden geproduceerd. De baarmoeder verschrompelt als de oestrogeeninvloed verdwijnt. Naast het feit dat uw hond dus niet meer loops zal worden, heeft dit een gunstig effect op latere leeftijd. Het is namelijk bewezen dat honden die voor hun tweede loopsheid worden gesteriliseerd minder kans hebben op borstkanker op latere leeftijd. Ook is de kans op suikerziekte groter bij niet gesteriliseerde teefjes.

Een andere ernstige aandoening die voorkomt is een ontsteking van de baarmoeder. De oorzaak hiervan ligt wederom bij de invloed van de vrouwelijke hormonen. Honden die zo’n ontsteking krijgen zijn vaak erg ziek. Het is dan nodig de baarmoeder met spoed te verwijderen. Deze aandoening wordt dus ook voorkomen door het op jonge leeftijd steriliseren van teefjes.

Over het optimale moment van sterilisatie verschillen de meningen in de diergeneeskunde. Aan de ene kant wordt geadviseerd om pups vóór hun eerste loopsheid te steriliseren omdat de kans op borstkanker dan zo klein mogelijk is. Aan de andere kant is een nadeel van zo vroeg steriliseren dat met name honden van grotere rassen, meer kans hebben om op latere leeftijd urine-incontinent te worden. Vanwege dit risico wordt door veel dierenartsen geadviseerd om uw teefje pas 3 maanden na het einde van de eerste loopsheid te steriliseren. Als u ervoor kiest om uw hond vóór de eerste loopsheid te laten steriliseren is het advies dit rond de 6-7 maanden te doen om te voorkomen dat ze op het moment van opereren al loops aan het worden zijn.

Na sterilisatie is de energiebehoefte van uw teef lager. Dit betekent dat zij 20% tot 40% minder moet eten dan voor de operatie. De dag van de operatie krijgt u een individueel voedingsadvies. Het is altijd mogelijk om uw hond tijdens openingstijden op de praktijk te komen wegen om te controleren of ze nog op gewicht is.

Castratie

Het castreren van reuen wordt in tegenstelling tot het steriliseren van teven niet standaard gedaan. Wij adviseren dit in individuele gevallen, bijvoorbeeld als uw reu dominant is tegen mensen of andere honden. Ook prostaatproblemen op latere leeftijd of het ontstaan van goedaardige tumoren rond de anus kunnen redenen zijn om uw reu te laten castreren.

Het is tegenwoordig mogelijk om reuen chemisch te castreren. Dit betekent dat er met een holle naald een chipje onder de huid wordt geplaatst. De naald die hiervoor wordt gebruikt is iets dikker dan de naald die gebruikt wordt voor vaccinatie. Doordat dit chipje oplost in het lichaam komt er constant een lage hoeveelheid medicijn vrij die de productie van testosteron, het mannelijk hormoon, tegengaat.

Dit is veilig maar geen definitieve vorm van castratie. Er zijn twee versies beschikbaar: de eerste versie werkt ongeveer 6 maanden, de tweede ongeveer een jaar. Na deze tijd herstelt het systeem volledig en is de reu zelfs weer vruchtbaar. Deze behandeling kan in principe eindeloos herhaald worden.

Eventueel kan later alsnog worden besloten de reu chirurgisch, en dus definitief, te castreren. De eerste 2 weken na het toedienen van de chemische castratie kunnen gedragingen zoals dominant gedrag verergeren. Deze bijwerking verdwijnt vanzelf na deze periode. Ook bij reuen is de energiebehoefte na (chemische) castratie 20-40% minder dan vóór de ingreep. Start dan ook direct met het verminderen van de hoeveelheid eten die uw reu per dag krijgt.