Kennelhoest

Een van de meest voorkomende infectieziekten bij honden in Nederland is kennelhoest. Dit is een aandoening van de voorste luchtwegen die wordt veroorzaakt door verschillende ziekteverwekkers.  Andere factoren, zoals stress, kunnen ervoor zorgen dat een infectie makkelijker aanslaat. Met name plekken waar veel honden bij elkaar komen is het risico op het oplopen van kennelhoest groot.

Symptomen
Honden met kennelhoest hebben een droge, harde hoest. Vaak lijkt het of er iets vastzit in de keel wat de hond probeert uit te hoesten. Dit hoesten kan weken aanhouden. Het grootste risico is dat de hond hieruit een longontsteking ontwikkelt, een ernstige aandoening.
Als de hond kennelhoest heeft, is het belangrijk een dierenarts te raadplegen, zeker als de hond sloom is, niet wil eten of koorts heeft (boven de 39°C). Wij zullen dan onderzoeken of het nodig is om medicatie, eventueel zelfs antibiotica te geven.

Zelf kunt u uw hond helpen door zacht voer te geven omdat kennelhoest vaak gepaard gaat met keelpijn. Druk op de luchtpijp is ook heel vervelend voor de hond, daarom is het verstandig om in plaats van een halsband de hond een borsttuig om te doen. Net zoals bij mensen is rust belangrijk voor een snelle genezing. Het is dus niet verstandig te veel inspanning van de hond te vragen, zelfs niet als de hond zich verder goed voelt.

Voorkomen
Zoals vaker geldt: voorkomen is beter dan genezen. Niet in de laatste plaats omdat een infectie kan leiden tot blijvende schade aan de luchtwegen.
Honden raken besmet door direct contact met een besmette hond maar ook via de lucht kan de infectie worden overgedragen. Helaas is een besmette hond al besmettelijk voor andere honden voordat er verschijnselen optreden. Dit maakt het extra lastig om besmetting  te voorkomen.

Tegenwoordig adviseren wij om honden die samenkomen in groepen, naast de jaarlijkse vaccinatie, ook te enten tegen kennelhoest. Vaccinatie tegen kennelhoest biedt helaas geen volledige bescherming. Maar in die gevallen dat geënte honden toch besmet raken met kennelhoest voorkomt enting een ernstig verloop van de ziekte.

Omdat niet gevaccineerde honden een groter risico hebben op het oplopen van kennelhoest dan honden die wel geënt zijn en omdat zij andere honden kunnen besmetten, is op veel hondenverenigingen een enting tegen kennelhoest verplicht. Op die manier wordt geprobeerd het risico op kennelhoest zo klein mogelijk te houden. Indien uw hond toch besmet raakt met kennelhoest, vermijd dan plekken waar andere honden komen omdat uw hond nog enige tijd besmettelijk blijft.

Vaccinaties
Er zijn twee typen vaccins om uw hond te beschermen tegen het oplopen van kennelhoest:

  • een neusenting door middel van een neusdruppel,  of
  • een onderhuidse vaccinatie.

De eerste biedt een betere bescherming omdat deze zorgt voor een afweer op de plek waar de ziekteverwekker binnenkomt. Ook is de hond al binnen  drie dagen beschermd. Sommige honden vinden de neusdruppel echter zo vervelend dat er in overleg met de dierenarts voor gekozen kan worden een onderhuidse injectie te geven.

Bijwerkingen
Bijwerkingen van de neusdruppelenting worden zelden tot nooit gezien. Eigenaren die zelf een verminderde afweer hebben of als de hond een aandoening heeft kunnen beter niet voor de neusenting kiezen omdat deze enting een levende bacterie bevat.

De onderhuidse injectie kan soms op de plek van injectie een bult geven. Omdat elke hond en elke baas uniek is, is het altijd verstandig in overleg met de dierenarts een vaccinatieplan te maken speciaal gericht op uw hond. Zo is en blijft uw hond optimaal beschermd.